History in motion, zo laat zich de laatste wedstrijd van het jaar door Zondag coryfeeën het beste omschrijven. Mannen, getogen met een Driebergs’ voetbalhart die van heinde en verre komen om te verzamelen in het clubhuis, waar menig onnavolgbare voetbalactie nog eens smeuïg van een nieuwe lik verf wordt voorzien.
Dat is na afloop, dan is er al voor iedere meter gestreden om de eenmalige kans om een jaar lang als winnaar te worden bijgeschreven in de annalen van de clubhistorie (of gewoon in het collectieve geheugen van de aanwezigen).
Organisator John Evers was weer in zijn nopjes met de opkomst van zoveel kwaliteit: techniek, grinta (Spaanse Brinta of zo), karakter, showmanship en stille krachten. Spelers die decennia lang de selecties bevolkten en iedere trainer uit meerdere vaatjes kon laten tappen. Bier natuurlijk, maar ook een gifbeker als het moest en iedere ochtend Joris Driepinter. Let voor de verandering eens op de kleur van de kicksen (daar zit geen patta tussen).
De partijen waren ingedeeld volgens oud-Evers gebruik: zorg goed voor de tegenstander en iets beter voor jezelf en je krijgt een wedstrijd waar de vonken vanaf vliegen.
De poeier van het boegbeeld Paul van Hofwegen zorgde voor 0-1. Dat was tegen de verhouding in, maar dat mag u Marijn Onwezen aanrekenen, want die liet niets zijn netten bevuilen. Gedisciplineerd in de posities blijven voetballen, terwijl de mannen van John de draaimolen en de breimachine in gang zetten. Zo’n Quadra Magica met Jef Veenendaal, Issam Malek, Patrick Veltman en Sven Evers, daar krijgt normaliter een paard de hik van, maar bij (sporadisch) balverlies was dan toch weer zo’n Guido Onwezen er als een Keltie’s kippetje bij om een nepschot van Kevin van de Burgt tot 0-2 te converteren.
Zonder spelers te kort te doen kan ik niet alle doelpunten meer exact voor de geest halen, maar de mannen in albiceleste keken in de tweede helft tegen een 1-4 achterstand aan. De in claret-gehulde opponenten rekenden zich stiekem al rijk, want wie ging deze avond de Marijn de Onpasseerbare verschalken? Dat duurde lang, maar uiteindelijk was een driedubbel geblokte actie net niet voldoende om de viervoudige schijnbeweging van Malek te neutraliseren en de 2-4 werd binnengetikt.
Deze opleving deed de arbiter van dienst, de man die alle spelers als snotneus het seniorenvoetbal heeft zien binnenkomen, Hans van Vugt (wie anders) besluiten tot een beslissing die in het hedendaagse voetbal kennelijk als kernwaarde wordt beschouwd, namelijk het toekennen van een doelpunt (3-4) terwijl de bal de doellijn niet heeft gepasseerd. Dat is plezierig voor iedereen, de punten delen en dan met zijn allen terugkijken op een geslaagde avond. Of zoiets. Echter alle spelers op het veld stammen uit de tijd van de enige kernwaarde die er tussen de lijnen toe doet: prestatie.
Zo’n douceurtje doet een wedstrijd maar zo kantelen, want met nog luttele speelminuten op de klok kopte Martijn van de Grift pardoes een corner binnen: 4-4. Hans wreef zich in de handen, zijn opzetje leek zich uit te betalen, maar hij had buiten de geschiedenis van het voetbal gerekend. Opgegroeid met pijnlijke Duitse overwinningen wisten de mannen in het bordeaux-rood in klassieke Oosterburenstijl de winst (4-5) naar zich toe te trekken doordat de man met het rossige bolletje (copyright: Maurits Schaap), Guido O., el Niño aficionado (de speler, niet de orkaan) slinks vanaf de zijlijn, halverwege het veld, het verlaten doel nog eenmaal wist te vullen met het mooiste cadeau voor ieder kind: de bal.
Eenmaal terug in de kantine bevond zich aldaar nog wat ouder eremetaal in de vorm van een Bies, een Kas, een Hoogerwerf, een Verhoeff, een Veenendaal senior, een tweetal Meynhardenen een drietal Kastroppen. Tel daarbij op de usual suspects Van der Hoeven, Lieftink, een paar Van Ginkels, een hoffotograaf (toepasselijk) genaamd Prins en een barman Ron G. bij op en je hebt genoeg ingrediënten voor een lange avond vol anekdotes over de grootste verbinder van de mensheid: voetbal.



