Pure volharding Zondag 2

Bleijenberg Financiële administratie

Als we de remontada van afgelopen zondag bij Sterrenwijk moeten omschrijven, dan schiet de film True Grit te binnen. De titel van de western van de gebroeders Coen (o.a. The Big Lebowsky, No country for old men, Fargo) dekt volledig de lading van deze wedstrijd: pure volharding.

Op het programma stond het treffen tegen de koploper uit Utrecht. Voor het eerst werd op donderdag gesproken over een gameplan. Hoe bestrijdt je een ploeg die maar 4 tegentreffers heeft? Het eigen spel spelen? Dat klinkt leuk en gaat er in de regel in als zoete koek bij Ajax-adepten. Aanvallende tactiek, 4-3-3, uitgaan van balbezit, mannetje-meer creëren, flanken bezet houden, buitenspelers, driehoekjes, derde man zoeken. Prachtig, maar dan begint de wedstrijd. Dan wil je aanvallen, maar je komt niet verder dan tot net over de middellijn, de buitenspelers zijn eigenlijk geen buitenspelers (je mist gewoon Fred), het balbezit is veel minder dan balverlies, de opponent heeft steeds een mannetje méér en de derde man wordt niet bereikt omdat de tweede pass al om te janken is.

Dat deden we dus niet. Balbezit was de insteek, maar bij balverlies moesten we niet meteen de deur wijd open zetten richting Van de Brink. 4-4-2 dus, het middenveld volkeilen met poppetjes, zodat de koploper zo min mogelijk aan voetballen zou kunnen toekomen. Dat lukte, maar we kwamen zelf niet verder dan de middellijn, op een geniale trekstoot van Verhoeff na, waarmee tweede spits Jacobsen vrij op weg naar het doel werd gestuurd. Helaas werd de inzet van Dave (inderdaad, van de Save) gepareerd.

Het bleek een voorbode voor niet veel goeds. Bannink viel na 5 minuten (niet voor het eerst dit seizoen) geblesseerd uit, Hoevers kneusde zijn ribben door een voorzet te blokken, Stoltenkamp bleek al een paar gebroken ribben te hebben meegenomen naar dit treffen, wat ook gold voor de rectale ongemakken bij Van Elst en De Bruin. Tel daarbij op de knullige 1-0 en de nog knullerige 2-0 en de oplettende lezer begrijpt, dat was met de thee niet echt polonaise.

Van der Hoeven, na weken blessureleed in de basis gestart, liet zich in de rust wisselen voor Van der Grift. Nu staat Martijn model voor vele zaken, zoals officieus aanvoerder van de derde helft, de moderne back in een jasje op leeftijd, de Heisenberg van de dampmixen en posterboy voor Eric de Noorman of de blonde Rambo, maar zijn sterkste troef is zijn onverzettelijkheid: true grit.

Sterrenwijk kopte er rond de 60ste minuut nog eentje binnen (3-0) en dacht de buit binnen te hebben. Normaliter is een pot dan ook gespeeld, hebben beide partijen wel een beetje vrede met deze tussenstand en gaan de gedachten al richting een glaasje troostwater. Niets bleek minder waar.

Zondag 2 ging directer spelen en zocht vaker de diepte bij Adema en Jacobsen. Aadje had kennelijk een detox-weekje achter de rug, want zijn stappenteller raakte van de kook. Hij omspeelde op de achterlijn een verdediger en legde daarna strak terug op de meegekomen Van der Grift. Martijn plaatste de bal in een tijd loepzuiver in het hoekje: 3-1.

Sterrenwijk raakte nog niet van de leg, maar vielen wel van hun stokje toen Bies 8 minuten later een vrije trap magistraal onderkant lat binnenschoot: 3-2.

Het werd een loopgravenoorlog. Knokkend voor iedere meter, stoempte Zondag 2 zich naar een resultaat. Dave sleurde keer op keer als een ware boekelpistekoning over de rechterflank, met in zijn kielzog Bakker L. (Bakker F. lag met zijn dopsleutel in het Benedenwindse zand, op 750 kilometer van het Bovenwindse strand). Michel en Roy hielden de machinekamer op stoom, Martijn hield het luchtruim schoon, terwijl Remco en Sander als levende drempels in de as fungeerde. Zonder brommers gooiden Willem en Maarten 100 jaar levenservaring in de strijd op de linkerflank, en mocht er nog iets door deze menselijke muur willen glippen, dan greep Jeroen in.

U mist er nog eentje. Wie maakte de gelijkmaker? Met de bal aan een stukje flosdraad ging Aad in het vijandelijke strafschopgebied toe-to-toe met een kluwen aan verdedigers. Als Indiana Jones die Jehovah op zijn Latijns moest spellen in The Last Crusade wist hij alle maaiende benen en krassende noppen te ontwijken en toen kwam hij oog in oog met de man onder de lat …

Foto’s door Johan Prins