The Legend returns …

Glaspunt Driebergen

Het galmde over de velden, althans voor zover het Yoko-karaokesetje van je dochter geluid kon produceren. Het galmde wel, maar dan een beetje in de box zelf, buiten het plastic (met discobol!) klonkt het zo’n beetje als Wally McKey, de schorre schnabbelaar uit Ik Geloof In Mij, te boeken voor de opening van uw nieuwe papierkliko of een jubilerende dunschiller.

Ik zal u de vertaling niet onthouden: “Dames en heren, tegenstanders van Rivierwijkers 8, daar istie dan, terug van weggeweest, The Legend …”

Stijgt de spanning ook bij u, beste lezer(es)? Ook benieuwd naar de speler die zichzelf(!) via een karaokemicrofoon (!!) en plein publique aankondigt dat hij in de 60ste minuut gaat invallen (!!!) in de kelderklasse voetbalamateurs (!!!!)?

Nog even geduld, we wachten al een jaar om weer eens op de velden te strijden om een bal en punten, dus een paar regels intermezzo over het wedstrijdverloop kan er nog wel bij.

Met prachtig weer, tussen de klinkende 4-0 overwinning van Oranje op Montenegro en de latere zegetocht van Max op het circuit van Zandvoort, trapte Zondag 2 af in het bekerduel tegen Rivierwijkers 8.

Op Aad na, die voor de verandering een weekend rubbersnuivend doorbracht, en Roy die in het zweet des aanschijns (prachtig weer) brood op de plank bracht was iedereen die wat betekent in het hedendaagse voetbal verzameld op Sportpark De Woerd.

Leider Witte liet zich vervangen door (ar)Jan met de pet, de tribune (15 stoeltjes) waren coronaproof (zo, is dat woord tenminste ook gevallen) gevuld, aanvoerder De Bruijn gaf de achillespees toch maar wat extra rust, Tiger Mama Marin deed hetzelfde met zijn kuit, en zo resteerden 13 voetballers in ieder hun eigen staat van ontbinding.

De tijd tikt door en dat is zo ongeveer het ergste van een fanatieke voetballer kan overkomen. De geest wil nog hevig, het oog ziet alles nog, de fantasie is immer ongebreideld, maar die verrekte (kies een of waarschijnlijk meerdere ledematen) werpen onverbiddelijk een drempel op.

Do not go gentle into that good night.

Old age should burn and rave at close of day.

Rage, rage against the dying of the light.”

En dat deden we. Jeroen pakte bijna alle ballen, op die van Heins Kroket na, Martijn ging los als Suurbier in zijn beste jaren, Michel heerste als De Kromme in zijn na-na-nadagen(*) (* laatste man dus), Sander bleek nog steeds te beschikken over een boekje a la Vinnie Jones (let op Martijn), Stol ging korter dan de carrière van Frank de Boer, Sjors bezorgde en bezorgde, het leek DHL wel, Mau verstuurde keer op keer precisieballen (2-0: assist op Lambert) en scoorde een beauty in de kruising (5-1), Maarten verloor geen bal, Erkan evenmin, dus voor de balans in het elftal nam Koen dat vuile werk op zich, Lambert heerste in de lucht als een ware Ronaldo (1-0), maar tevens met de finesse van een Bergkamp (lobje, 2-0) en broertje Fedde gaf de voorzet op broer Lambert en draaide een uur lang de rechtsback de gewatteerde kamer in.

Een uur dus. En daarna veranderde de stand van de sterren.

Zo onverstaanbaar als de karaoke in het begin van de memorabele middag kraste, zo helder was Marco van Basten in Rondo die avond:

“In het begin was hij een linksbuiten. En dan dribbelde hij, een beetje een clown als het ware. Maar heel snel is hij gaan begrijpen dat het voetbal om doelpunten gaat en dat heeft hij zich, zeg maar eigen gemaakt en is hij een geweldige prof geworden.”

The Legend, Fred van Ginkel, scoorde 3x in een stief kwartiertje.