When the going gets tough, the tough get going

Nozawa

Hoe houd men de gelederen fris en fruitig, om messcherp de beslissende fase van de competitie in te gaan? De comfort zone verlaten? Ruzietjes aangaan? Grenzeloos vertrouwen schenken? De een blieft een veer in het achtersteven, de ander juist een schop ertegen.

In de eredivisie zweert men bij de duimpjes. Grafbal gegeven? Maakt niet uit. Je hebt je best gedaan, toch? Het duimpje van de bedoelde ontvanger van de overvliegende bal gaat omhoog. Volgende keer beter … hoopt men.

Vroeger werd er gescholden na een slechte pass. Werd een speler op de huid gezeten door medespelers en trainer. Ulrich van Gobbel, de turbo op rechts van Feyenoord onder trainer Van Hanegem (1992-1995), kreeg regelmatig zijn vet van De Kromme na een (in diens ogen) verkeerde keuze. Ulli begreep er niets van, hij deed toch zijn best? Willem legde uit: als ik je niet meer op je falie geef, dan moet je bang worden voor je plek, want dan zie ik niets meer in je.

Kritiek als indicator dat je beter kan. De logica van De Kromme past bij Zondag 2. De sterkhouders van het elftal zijn niet van de duimpjes. Als je beter kunt, moet je betere ballen geven. Simpel. De lat moet zo hoog mogelijk blijven liggen, anders ontstaat er ruimte voor gemakzucht, voor gepierewaai, en daar heeft iedereen last van.

Verhoeff zei het na afloop van de wedstrijd duidelijk: als je moet kloten, dan op de training (maar liever daar ook niet), maar niet op zondag. Maar kloten is pas klote als het mislukt, want de geest moet wel vrij blijven. En dus is een Willeminho-aanname van een 40-meter dieptepass op de pluche wreef op de rand van het eigen strafschopgebied een juweeltje, als Fred niet vervolgens zou kunnen roepen: Sporting aan de bal.

Sporting, de tegenstander deze ochtend in het zonnige Driebergen, was in de uitwedstrijd binnen 20 minuten aan de zegekar gebonden. Een ploeg met de rode lantaarn in de achteruitkijkspiegel, dat mag geen probleem zijn voor de ploeg met de koploper binnen schootsafstand.

Niets bleek minder waar. Er werd gezwijnd met twee schoten voorlangs. Adema bleek meer kansen dan gewoonlijk nodig te hebben om een treffer (dat uiteraard wel) te noteren: 1-0. Er werden dikke kansen op uitlopen gemist (Bakker L.), terwijl Van den Brink aan de andere kant kennelijk zijn keepershandschoenen in het frituurvet had laten vallen, want elke bal glipte steevast uit zijn handen, zo ook de indirecte (!) vrije trap die via zijn vette vingers in het doel viel: 1-1.

Sporting bleek stug, doch FC Driebergen ook. En dat laatste is het fundament waar de runner-up inmiddels op kan vertrouwen. When the going gets tough, the tough get going. Wachtend op een doelkans klokt Zondag 2 in, houdt de linies gesloten en parkeert de bussen als het moet. De vuile meters worden gemaakt, desnoods de sliding ingezet (hetgeen op kunstgras een enkeltje Beverwijk oplevert), maar het team wil van geen wijken weten.

Mooi winnen is leuk, zeker voor het (groeiende) publiek, maar winnen is inmiddels het adagium. De pirouettes van stand-in Jef zijn om te likkebaarden, Aad in en rond de vijandelijke zestien is altijd als een spelend kind in zijn eigen achtertuin, maar als het niet soepel loopt is het toch ook een genot om synergie met eigen ogen waar te nemen.

Om te winnen moet je een doelpunt meer maken dan de tegenstander, en dat deed Zondag 2 dan ook. Ditmaal trok Michel de kar, die een kopie van een van zijn honderden trainingstreffers op het scorebord deed verschijnen. De nazaat van De Kromme, wars van complimenteus geleuter, werd weggestoken door Aad, hield het granieten lijf tussen bal en tegenstander en prikte vervolgens in de verre hoek: 2-1.

Deze overpeinzingen zijn mede mogelijk gemaakt door: Stoltenkamp, Veltman, Van Elst, Hoevers, Bakker F., Jacobsen.