Zaterdag 3 en de staat van het Nederlandse voetbal

Waar afgelopen maandag de staat van het Nederlandse voetbal door coryfeëen, connaisseurs en querulanten onder de loep werd genomen in stadion Galgenwaard, kon men deze staat 47,5 uur eerder op 16 kilometer afstand de maat nemen.  De staat van het Nederlandse voetbal begint namelijk op de amateurvelden, of beter gezegd: op Sportpark De Woerd, FC Driebergen 3. Die middag kon men een mengeling van jong en oud, kaal en behaard, rank en plomp, snel en sloom, mooi en lelijk, klein en groot aanschouwen, en dan is de melee qua afkomst, opleiding, geloof en sexuele geaardheid nog niet eens benoemd. Het laatste onderscheid is bij mijn weten niet van toepassing op de mannen van stavast van het lachende derde, maar met mooie jongen Bob in het elftal kan er altijd wat latent smeulen. En laten we de tegenstander Montfoort 3 niet vergeten: zij herbergde mogelijk enkele vertegenwoordigers in dit segment.
U leest, de staat van het voetbal wordt allereerst bepaald door de deelnemers, de actoren zogezegd. Zonder voetballers geen voetbal. Maar wat voor voetbal? Welk speltype wordt doorgaans op de mat gelegd? En levert dit type spel ook de gewenste punten op? Koppelt men spelplezier ook aan resultaat? Ik verwijs U nogmaals naar de wedstrijd FCD 3 – Montfoort 3 van zaterdag 13 december 2014; FCD 3 was de maat voor de staat.
Over de eerste helft (op echt gras, bepalend voor de staat van het voetbal) kunnen we kort zijn: 1,5 kans, verdeeld over 2 ploegen, resulterend in 1 doelpunt. Jens redde op een inzet van Montfoort, IJsland lobte met links de weggestompte bal terug over de uitgekomen keeper: 1-0. Smeagol blies na een half uur zijn Smitfitte kuit op en liet zich vervangen door dikke Mo.
Dat was het.
Dat is kort.
Klopt.
Als je de eerste 35 minuten had opgenomen op DVD, dan had je welgeteld 14 seconden nodig gehad om dit deel van de wedstrijd op het netvlies af te spelen. Alsof je naar de Schotse derde divisie keek, een tempo dat de brandweer niet zou kunnen bijbenen. De grindtegel op het gaspedaal, alles in overdrive, de turbo’s van Kevin en IJspriem floten het kleppenstelsel aan flarden en de enige momenten van rust boden de twee overtredingen die op spits Tyson werden gemaakt. Opmerkelijk waren de blessures die de (mede)plegers opliepen. De eerste gaf Haan een duw in de rug, waardoor deze door een ongetwijfeld oncontroleerbare spasme diens knie in het bovenbeen van de speler voor zich zag aanbelanden, terwijl bij de tweede overtreding de dader het veld moest verlaten met een pols die om een hoekje kon schrijven.
Al met al een blauwdruk van de staat van het voetbal, de helft van de tijd althans.
Die andere helft bleek uit een ander vaatje te worden getapt.
Bagdad kwam voor Iceman, die zichzelf met zijn treffer voor een wekenlang uitzicht op een goudkleurig teambokaaltje had behoed, een prijs die Kraslot zich niet meer liet ontglippen, na wat luidruchtig overleg met de Montfoortse grensrechter.
Bagdad bleek een aardige wissel, zoals het overigens een wissel betaamt, anders heeft het geen nut om te wisselen, omdat het nu eenmaal van weinig inzicht getuigt om te wisselen voor het wisselen. Het wisselbeleid bleek sowieso van de allerhoogste kwaliteit, daarover later nog meer.
Eerstens de eerste wissel, Mo, die op afroep van de blind diepgaande Kevin de bal blind diep gaf. De doelman van Montfoort kwam uit, kon de bal als eerste beroeren, lette blijkbaar toch meer op Van de Burgt en wat volgde was een kopie van de beroemde Pele-dummy tegen Uruguay, alleen deze lukte wel (en die van Pele niet). Beide spelers kruisten elkander,
terwijl de bal onberoerd doorrolde richting achterlijn. Kevin was er als de kippen bij om het eenzame leer van een beter snijpunt te voorzien om de achterlijn te passeren: tussen de palen (2-0).
En toen ging het snel.
Bagdad, wissel nummer 2, lette goed op toen de Montfoorste doelman zijdelings van zijn hellepoort de bal aangespeeld kreeg en wegroeide. Dit roeien geschiedde echter met een peddeltje waarmee mee enkel met het grootste geduld en moeite De Zwoer in de breedte zou kunnen overvaren, en dat had Bagdad in de smiezen. De bal vond een tussenstop in de liefdevolle omhelzing van de rechterschoen et voila, een krul naar de lege verre hoek: 3-0.
Over snel gesproken, doelpunt nummer 4 liet niet lang op zich wachten. een vlotte combinatie over links, een shimmy her en der en Bagdad verzond een geleideraket binnenkant paal: 4-0.
We spreken nog geen 15 minuten in het tweede bedrijf, even lang als de tijd die Patje nodig had om de positiewisseling Kraslot-Kevin voor te stellen, door te spreken, af te stemmen en akkoord te krijgen. Een kanteling van het wedstrijdbeeld overigens, dus chapeau Patteboef.
Oh ja, de schier onoverbrugbare voorsprong die FCD3 had verkregen zorgde voor ietwat verslapping; een verschijnsel niet ongewoon aan de Nederlandse voetbalaard. Aldus geschiedde het dat een corner van Montfoort in de thuisspelende zestien werd aangenomen en afgedrukt. Het blok van Kroon aborteerde enige kwade bedoelingen en de veren werden
aanstonds in de diverse derrières gestoken. Winston Wolf, probleemoplosser uit Pulp Fiction had bij het aanschouwen van dergelijke ongepaste wederzijdse complimenten de befaamde woorden: let’s not start (niet geschikt voor 18-) just yet, geuit.
Wat was namelijk het geval?
De bal was nog niet weggewerkt. Sterker nog, hij kwam, na het blok van das Fantoom, terug voor de voeten van de spits. en niemand die hem met zijn tweede poging een strobreed in de weg legde: 4-1.
Nu werden er geen bakens verzet door deze onnodige tegentreffer, daarvoor was het pleit reeds beslecht.
25 minuten voor tijd verscheen wissel nummer 3, Judge zelf, voor Hanestein tussen de lijnen. Voor de onoplettende lezer een momentary lapse of reason, doch als U de lijst met afwezigen tot U neemt (Evers, Bruining, De Bruijn, E. Schenkels, Schaap, Kooi, Marchal, Van Daatselaar en M. de Laat), dan snapt U dat er op topniveau contact is geweest tussen Tour of Duty-chief Schaap en voetbalveteraan Hoevers. Mannen die niets aan het toeval overlaten, zodat anderen rustig kunnen slapen. Judge rukte zijn hamstrings aan flarden door zijdelings mee te sprinten met dikke Mo (NB: als U de beelden opvraagt, er is geen sprake van een herhaling, dit is de actuele snelheid). Mo ging echter voor eigen glorie en faalde, waar Judge voor een leeg doel het nekschot had kunnen geven. Uit de hoekschop kopte Van de Burgt goed terug de doelmond in en Eduard greep het buitenkansje aan: 5-1.
Dezelfde Eduard werd op de valreep nog met een buitenkantje links van Judge voor de keeper gezet. Afdrukken kon, breed spelen op Kevin eveneens. Voor het laatste werd geopteerd, maar gelukkig bleef kroon wel zo alert om de sigaar uit eigen doos te zien terugkeren: 6-1.
Mispel en Mike cijferden zich weg voor de patron van deze middag: Patrick Schenkels. Door de gehele wedstrijd breed te lopen in plaats van zijn gebruikelijke diepte, was hij voortdurend aanspeelbaar. Montfoort moest het antwoord op deze looplijn schuldig blijven. Voetballen doe je met je hoofd, lopen met je benen, zou Cruijff enkele dagen later oreren. De Maestro had ongetwijfeld Patje in gedachten.
Last but not least, de verdediging, het zorgenkindje van Oranje, was op veld 4 (of 1, het is maar vanuit welke club je het bekijkt) in de soevereine handen van posterboy Van Giesen. Met de rust van een tijdig ingevulde vennootschapsbelasting en het haar waar Hanni Hanna gratis voor zou invliegen soleerde Bob als een slangenmens, onderwijl koppend, met de borst, buitenkant of bloktackle, alles, maar dan ook alles onschadelijk makend.

Het was mij een genoegen (op de hamstring na), fijne Kerst!

Opstelling: Schoenmakers, B. van Giesen, B. te Laat, K. van de Burgt, M. Smit (30. M. Ajiach), M. van Hoof, A. van de Mispel, E. Kroon, IJ. van de Berg (45. B. Ajiach), Th. Wieringa (65. M. Hoevers)