Zondag 2 koersvast

Banner Balkan Restaurant

De leukste wedstrijden zijn toch die waarin de degens worden gekruist met een waardig tegenstander. Mano a mano, 90 minuten lang aan de bak, scherp blijven en na het laatste fluitsignaal moe maar voldaan van het veld stappen. De drie punten voor een zege lijken soms zelfs van secundair belang, maar schijn bedriegt.

Want waarom zou je de avond ervoor (de een meer dan de ander) rekening houden met de inname van spiritualiën en op een nog acceptabel tijdstip jezelf naar dromenland laten vertrekken, om vervolgens een wekker te horen afgaan en jezelf uit bed te hijsen? Met een beetje pech regent het het schijt van de daken en giert de wind door merg en been.  Tuurlijk, het mooiste spelletje ooit, de Belangrijkste Bijzaak in het Leven: voetballen.

En voetballen doe je voor de winst. Winnen is niet alles, het is het enige. Als je niet voor de winst gaat wordt alles tweedehands, vrijblijvend, voor spek en bonen. De drie punten is het enige doel waarvoor wordt gestreden, waarvoor pijn wordt geleden, schoppen worden geïncasseerd en indien vereist op het tandvlees gelopen.

Zo moeilijk ging het uiteindelijk nou ook weer niet tegen DWSM, de enige opponent waarvan afgelopen seizoen tweemaal werd verloren, maar de bezoekers waren van dusdanig kaliber dat zij in deze competitie nog voor flink wat puntverlies gaan zorgen. Bij de concurrentie, dat spreekt voor zich.

Zonder de geblesseerde Marin, de afwezige Koen en de storingsdienstige Sander, maar weer met de aan elkaar gelijmde Stol en de 300 brownie points verzamelde Fred als wissel werd gretig aan de wedstrijd begonnen.

De bezoekers beschikten over een paar handige draaitollen op het middenveld en in de aanval en was net als Zondag 2 geduldig in de opbouw. Nu is geduld een schone zaak, en niemand heeft meer geduld dan Michel, de enige speler die zwijgend boekdelen kan spreken, dus bepaalt hij het tempo van de opbouw. Geduld is één, maar toeslaan is twee. Op het juiste moment natuurlijk. Anders beuk je je alleen maar murw op de verdediging, zoals George Foreman zich tijdens het wereldtitelgevecht in 1974 helemaal leeg sloeg op de defensie van Mohammed Ali (de rope-a-dope).

Twee flitsen waren genoeg om op punten van DWSM te winnen. In de eerste helft een stiekem balletje in de zestien over 1,10 meter van Aad op Lambert, waarna de huidige topscorer in de verre hoek doel trof: 1-0. In de tweede helft weer Aad die in het strafschopgebied op het algoritme van een goksyndicaat zijn kansen bij iedere balbehandeling razendsnel berekende, en toen concludeerde dat de meeste kans op een doelpunt lag in de teruglegger op de inkomende Roy. De droge, tegendraadse knal van de uitklapposter van de Sports Illustrated Speedo Edition 2022 bevestigde het gelijk van Aad: 2-0.

Niet meer opvallend is het gebrek aan opvallende momenten, een teken dat het spel simpel wordt gehouden, gespeeld naar ieders kwaliteiten. Dan kun je het wel gaan hebben over een balletje met de schouder uit de doelmond wegwerken (Maarten), of een poeier die bovenkant lat er dus niet in gaat (en de nul sinds mensenheugenis weer eens achter je naam staat(Jeroen)), of een majesteitelijke pass (Roy) en dito afronding (Aad) vals wordt afgevlagd, een blessure van een kleine knie (Arjan) of een grote lies (Willem), dat Sjors kennelijk ook de naam van een voormalig ook-niet-zo-goed-luisterend-en-veel-rondrennend hondje was, dat een beetje vilein de medespelers scherper doet zijn (Martijn), dat van houten Klaas ook een trekpop werd gemaakt, dat onze eigen Rico zijn voeten nog steeds op functionele wijze laat spreken (Kevin), Mau de hoogste pass-conversie per meter heeft en Kees de hoogste vlagaccuratesse. Dat kan, maar dat heeft zo’n stukje toch niet nodig.